Het is mijn zwakste kant, het vermogen om mijzelf zien. Te zien zoals ik ben. Een geheel uit verschillende factoren. Positief en negatief naast elkaar, door elkaar. Mijn spiegelbeeld draagt bij aan de verwarring. Ogen, neus, mond, zijn aanwezig maar vormen geen geheel. Wazig, als door een beslagen bril bekeken, geen vaste vorm, geen eenheid.
Te zien zoals ik ben. De drang mezelf weg te cijferen, een plek te zoeken achter in de rij. Mijzelf nooit goed genoeg vinden, gemakkelijk te overbluffen, te intimideren. Ontstaan in mijn jeugd en zonder het te kunnen benoemen mijn hele leven meegesleept. Mijn zoektocht naar de ware ‘ik’ steeds weer onderdrukken, bang om gevonden te worden, bang om mijn eigen leegte onder ogen te zien.
Ontdekken waar mijn nachtmerries uit voortkomen. Mijn enorme aversie tegen gesloten deuren, tegen manipulatie en achterkamertjespolitiek. De manier waarop ik mijn zintuigen inzet, meestal haarscherp maar soms troebel, door emotie gevoed. Intuïtie die mij zelden of nooit in de steek laat maar die vaak niet onder woorden te brengen is. Onderbuikgevoelens die zich een weg naar boven vreten, op lange termijn gaten slaan in mijn vertrouwen. Tekort gedaan, meegesleurd in de waanzin van de altijd maar verder, beter, sneller willende meute. Geen vertrouwen in eigen kracht, meedrijven met de massa.
Mijzelf verliezen in woorden, het geschrevene mijn eigen zwakte laten bepalen.
Mijn zelfbeeld een reflectie van hoe ik denk dat ik door anderen gezien wordt. Vervormd door de glazen kast waar ik mijzelf in te kijk heb gezet.
Laatste reacties